Interview met Peter Rumler

“Hoe veiliger je je voelt, hoe kwetsbaarder je wordt”     

Peter Rumler over Leiden als fietsstad

Door Martijn Kousen

 

De fietsersbond in Leiden doet alles op het gebied van fietsveiligheid. Onder leiding van Peter Rumler en in samenwerking met de gemeente gaat het de strijd aan met knelpunten, slechte wegen en alles meer dat slecht is voor het welzijn van de fietser.

 

Wie bent u en hoe bent u bij de fietsersbond terecht gekomen?

Ik ben van oorsprong Oostenrijks en ik woon sinds 28 jaar in Nederland. Ik was al met fietsbeleid bezig in Oostenrijk en ik ben zodoende hier terecht gekomen bij de fietsersbond. Sinds 1989 ben ik lid en sinds een jaar of 5 ben ik voorzitter van de afdeling in Leiden. Ik werk zelf in de ruimtevaart, in Noordwijk bij ESTEC. Ik gebruik de fiets om naar werk op en neer te gaan en in de stad. Ik probeer in Leiden zo min mogelijk auto te rijden. Ik heb een auto, maar Leiden is een goede stad voor de fiets. En een slechte stad voor de auto.

 

Wat doet de fietsersbond in Leiden?

De fietsersbond houdt zich vooral bezig met fietsbeleid. Het is nu al sinds vele jaren in samenwerking met de gemeente. Onze inbreng is eigenlijk de kennis van de lokale situatie en meedenken, -werken en inspraak houden bij al die plannen voor fietsen, fietspaden, infrastructuur, fietsveiligheid en fietsstallingen, zoals bij het station. Niet meer tegen de gemeente, maar met de gemeente. Ze luisteren ook naar ons.

 

Hoe is het met de fietsveiligheid in Leiden? Goed? Gevaarlijk?

Dat hangt af van de fietser. Leiden is redelijk goed. Studenten, scholieren en ouderen zijn eigenlijk de meest kwetsbare groep. Studenten en scholieren omdat ze niet opletten. Ouderen omdat ze niet meer zo goed kunnen opletten. Veiligheid is aardig subjectief. Ik zou een voorbeeld geven: als je ’s nachts zonder licht op een onverlichte weg rijdt, rij je heel voorzichtig. Net als een auto zonder remmen, dan rij je ook heel voorzichtig.  Als je weet dat je op iedere rotonde voorrang hebt, rij je zo zonder uit te kijken. Vooral als je kletst met je medescholier. Als er nu plannen zijn om bij de rotonde bij Lammenschans fietsers uit de voorrang te halen creëer je een onveilige situatie, omdat mensen niet opletten. Dus je moet daar heel bewust iets doen aan het bewustzijn. Zodat ook die kletsende studenten daar stoppen. Hoeveel fietsers rijden niet door rood? Maar als je door rood rijdt let je heel erg op. Hoeveel gebeurt er met fietsers die door rood fietsen? Weinig omdat die de zwakste zijn en beter links en rechts kijken. Hoe veiliger je je voelt, hoe kwetsbaarder je wordt. Er zijn een aantal dingen waar wij altijd klachten over krijgen. De fietsersbond heeft een klachtenlijn, een meldpunt waar mensen incidenten, slechte fietspaden kunnen melden. Deze kunnen dan aan de gemeente worden doorgegeven. De meeste meldingen zijn brommers op het fietspad en fietspaaltjes in het wegdek is een andere. Ouderen klagen heel vaak over paaltjes die ze tegenkomen. Vaak wordt er ook geklaagd over onderhoud, zoals losse tegels. Een aantal jaar geleden was er in november en december een aantal dagen achter elkaar veel sneeuw gevallen. Toen hadden ze geen zout meer en moest je een aantal weken op de weg rijden, omdat de hoofdfietspaden niet meer werden schoongemaakt. Nu hebben ze een prioritair schoonmaakbeleid. We hebben gewoon gezegd, doe dit doe dat. Maak die hoofdwegen schoon, maak afspraken met boeren dat ze de wegen komen schoonmaken, zoals in Katwijk en Rijnsburg. Zo veel sneeuw is niet meer voorgekomen, maar ze hebben een goed plan.

 

Nog even terug naar de fietsersbond zelf. Iedereen kan lid worden. Wat is de invloed die jullie hebben?

Nou redelijk groot, omdat zodra er nieuwe plannen zijn komen ze bij ons eerst in overleg. Voordat het naar de officiële inspraak gaat. Bijvoorbeeld hier op het station wordt er veel vernieuwd. Hier zijn nu 12.000 plekken voor fietsers en die moeten worden uitgebreid naar 16 tot 18.000 plekken binnen vijf à tien jaar. De gemeente zei hoe dichterbij je stalt hoe duurder het wordt. Dus ver weg is het goedkoopst. Wij zeggen dan ‘zo werkt het niet, Leiden is een studentenstad’. Je krijgt dan een hoop fietsen voor het station. Dus het enige wat helpt is goed beleid. Dat heb je bijvoorbeeld in Utrecht. 24 uur gratis en dan betalen. Utrecht heeft een megastalling achter de Jaarbeurs waar je met je ov-chipkaart in- en uit kunt checken en de eerste 24 uur zijn gratis. En het tweede is toezicht houden. Als je het hier netter wil hebben en schoon., dan moet je toezicht houden. Dat doen ze nu hier [stationsplein]. Die moet ook weg. Op termijn willen ze die niet hebben, die is te rommelig. Nu hebben ze sinds een jaar toezicht. Binnen is het nu geen zooitje meer. Dat is kostbaar omdat het arbeidskracht en loon vraagt. Je hebt nu de stalling bij de oude V&D, die is ook gratis. Ze luisteren en doen ook iets. Invloed is er. Dat maakt het ook veiliger voor de fietser. En worden er minder fietsen gestolen.

 

Wat zijn, als u een paar punten kunt noemen, de gevaarlijke punten in Leiden? Als ik het regionale nieuws volg dan is op de Lammenschans zeker eens in de maand een fietsongeluk. Wat zijn andere knelpunten?

Dat zou kunnen. Dat is nog steeds een knelpunt. Vooral als je over de brug de binnenstad inkomt. Dat wordt verandert. In het algemeen zijn daar waar fietsers op de weg rijden knelpunten. Als er een apart fietspad is, is het minder problematisch. Ik wil niet weten hoeveel er op de Hooigracht gebeurt. Ik weet niet waar de echte knelpunten zijn. Ik heb in de laatste tijd geen ongevallen statistieken gezien. Het is zeker een jaar of acht jaar geleden dat de gemeente met een lijst van onveilige plekken kwam. Die worden ook aangepakt. De gemeente let goed op, maken tellingen: waar komen mensen vandaan, waar gaan mensen naar toe, waar zijn scholen, werkplekken en waar is het onveilig.

 

Leiden wil in 2018 fietsstad van Nederland worden. Dat is een ambitie. Is Leiden nu geen fietsstad?

Natuurlijk is Leiden een fietsstad, maar niet te allerbeste. De fietsersbond heeft 10 jaar geleden iets geïntroduceerd, waarbij fietsers en auto’s tegelijkertijd van A naar B gaan en worden gemeten. Een soort wedstrijd. Snelheid en uitstoot. In een van de eerste tellingen was Leiden nummer 2 of 3. Dat wordt niet ieder jaar in elke stad gedaan, maar in een tiental steden. Daar scoort Leiden aardig goed. Maar om fietsstad van Leiden te worden ... ik ben blij dat ze de ambitie hebben.

 

Wat moet er beter dan?

De gemeente heeft weinig geld. Het is gewoon een kwestie van geld. Ze zoeken nu altijd partners voor investeringen; meeliften. Er komt een snelweg buiten Leiden. Dus de hele Plesmanlaan/A44 wordt verbouwt. Daar zijn ze bezig om een goede fietsverbinding rechtdoor te krijgen en niet onderdoor en achterom. Dat is ontzettend moeilijk. Ze willen het geld niet uitgeven, maar er komt geld van de provincie en het Rijk. Maar er zit hier niet zoveel geld, dat moet meestal van partners komen. Maar bijvoorbeeld de Plesmanlaan bij het Bio Science Park, waar ze nu aan het bouwen zijn. Daar komt nu een tunnel onderdoor. Dat was vroeger het kruispunt met de Haagse Schouw, waar je moest wachten. Daar doen ze wel degelijk iets.

 

Als het geld er was geweest wat kan er dan beter? Waar moet dat in worden geïnvesteerd?

Er zijn nog een aantal missende schakels. Zoals overal waar fietsers lang moeten wachten, dat je daar tunnels maakt. Met meer geld kan je iets doen. Ze hebben plannen aan de oostkant van Leiden om betere verbindingen met het platteland te krijgen. En ze willen snelfietspaden maken, er is er al eentje langs de spoorlijn. Daar is ook geld voor nodig. Dat willen ze van de provincie, maar ook vanuit het regionale samenwerkingsverband. Ze zijn er goed mee bezig. Nu is de ambtenaar met wie wij goed hebben samengewerkt net vertrokken, dus we moeten kijken hoe het nu ver gaat en wat er komt. Maar goed ze luisteren. Ik ga naar al die inspraakavonden waar ze nieuwe plannen presenteren. Dus ik ben aardig tevreden met het fietsbeleid in Leiden. Er is nauwelijks confrontatie. Maar voor een hele mooie oplossing is geen geld. Af en toe hebben ze mooie ideeën, maar dan struikelen ze over de financiën.

 

Als nu in januari die burgertop en 750 Leidenaren gaan praten en fietsveiligheid komt ter sprake, wat denkt u dat de Leidenaren problematisch vinden of beter willen of goed vinden?

Dat zou ik graag willen weten, dat zou mij interesseren. Wij vragen altijd leden die dagelijks fietsen, om ons te informeren. Omdat wij met de paar mensen veel fietsen, maar niet overal. We kennen niet alles, alle situaties, alle stromen mensen.

 

U kunt zelf ook deelnemen aan de burgertop. Zou u dat interessant vinden?

Ik werk. Dus ik heb niet al te veel tijd. Wat Leiden nu vooral doet is imagopromotie. Dat is de trend van de tijd. Er was twee weken geleden een actie, Flink fietsen, ze hadden overal op de fietspaden stempels gedrukt. Hier op het plein hadden ze een informatiestand. Dat is een kermisattractie. Met vier fietsers en een racebaan. Ze hadden vier wethouders gestrikt voor een wedstrijd. Dat is vooral fietspromotie. Dat geld krijgen ze van buiten. Zonder dat er geld in infrastructuur gaat. Het is de trend van de tijd om te laten zien: “Wij doen wat”.

 

Flink Fietsen heeft niet zoveel opgeleverd?

Blijkbaar wel zeggen ze. Het heeft toch bekendheid opgeleverd. Ik ben altijd sceptisch, omdat ik niet de doelgroep ben. Ik fiets sowieso. Dat is dan vooral voor mensen die weinig fietsen. Het idee: “Je kan ook langere afstanden fietsen”. Het gaat om naamsbekendheid. Dat komt in het plan ‘we willen fietsstad van 2018 worden’: Fietspromotie. Dus waarom niet? Dat zijn andere geldpotten, die niet in de infrastructuur gaat. De grootste onveiligheid voor fietsers is dat Leiden een arme gemeente is, redelijk arm, en geen geld heeft voor goede autowegen. Ze plannen al jaren een ringweg oost, met tunnels. Het is er nog nooit van gekomen. Er is geen geld. Een heleboel grote plannen, zijn niet goed voor de fietsers.


Artikel Kopenhagen


Steden op de fiets: wat Leiden kan leren van Kopenhagen

Door Rozemarijn Brus

Wie denkt aan Nederland, denkt aan fietsen. Al jaren lang past de fiets in het rijtje molens, klompen, kaas als iets ‘traditioneel Nederlands’. In 2018 hoopt Leiden ‘fietshoofdstad’ van Nederland te worden en daarmee Nijmegen te passeren. Fietshoofdstad van de wereld is daarentegen nog te hoog gegrepen voor de sleutelstad, daarvan is Kopenhagen de leider van het peloton. De Deense hoofdstad kan wel als voorbeeld dienen om Leiden naar zijn doel te hepen.


Op 14 januari 2017 wordt er in Leiden een burgertop onder de naam L750 georganiseerd. Hier worden verschillende thema’s besproken omtrent het verbeteren en ook juist behouden van allerlei facetten in de stad. Aangezien de ambitie om fietshoofdstad van Nederland te worden, zou het kunnen dat er aspecten rondom dit thema worden bediscussieerd. Om Leiden in 2018 tot fietshoofdstad van Nederland te kronen moet er nog wel het een en ander gebeuren. En welke stad is nou een beter voorbeeld dan de fietshoofdstad van de wereld. Wat kan Leiden leren van Kopenhagen?

 

De Copenhagenize Design company maakt jaarlijks een index met de top 20 meest fietsvriendelijke steden ter wereld. Het bedrijf, gevestigd in Kopenhagen, Amsterdam en Zurich, is een ontwerpbureau dat zich bezighoudt met de fietscultuur in steden. De Copenhagnize Design company stelt ieder jaar de top 20 samen op basis van dertien factoren, waaronder fietsveiligheid, fietsbeleid en faciliteiten.

 

Tot  verbazing van de Nederlander is  Amsterdam in 2015 van haar troon gestoten en moest zij plaatsmaken voor Kopenhagen als nieuwe fietshoofdstad van de wereld. De Copenhagenize Design company index verkoos Kopenhagen voornamelijk door zijn innovaties en verbeteringen van de infrastructuur. Kopenhagen noemt zich vol trots the city of cyclists. Volgens de ANWB zijn er in Kopenhagen vijf keer meer fietsen dan auto’s en zitten er in Amsterdam en Kopenhagen evenveel mensen op de fiets zitten. Toch is Kopenhagen een stuk veiliger om in te fietsen. In Amsterdam zijn er twee keer zoveel dodelijke ongevallen als in Kopenhagen.

 

Kopenhagen doet er alles aan om fietshoofdstad te blijven en is continu bezig met innoveren en verbeteren van de infrastructuur. Voor The Guardian schreef Mikael Colville-Andersen, chief executive van Copenhagenize Design Company, een stuk over welke innovaties inmiddels zijn doorgevoerd in de Deense hoofdstad. Een belangrijke innovatie is ‘De groene golf’, een idee van voormalig acteur Klaus Bondam. Op de hoofdwegen die naar het centrum leiden, zijn de verkeerslichten zo afgestemd dat men geen voet aan de grond hoeft te zetten. In een stroom van groene lichten wordt het fietsverkeer de stad in geleid. Wanneer de fietsers weer terug naar huis gaan aan het eind van de werkdag, draait dit precies om, zodat zij in een even groene golf de stad uit rollen. En dit is nog maar een van de vele fietsvernuften die de stad te bieden heeft.

 

Volgens Colville- Andersen is het gevoel van veiligheid en het daadwerkelijk veilig zijn op de fiets prioriteit nummer één. Een oorzaak van de veiligheid is het ontwerp van de infrastructuur. Fietspaden zijn apart van voetpaden en autowegen, waardoor fietsers hun eigen gang kunnen gaan in het stadslandschap. “Een goed design verbetert gedrag,” aldus Colville- Andersen. Minder dan 10% van de fietsers overtreedt verkeersregels of fietst door rood licht. Bovendien is het fietsen door rood licht niet nodig volgens de Denen. Deze korte tijd is juist om even om je heen te kijken. Kort, want het licht springt in no time weer op groen.

 

Als laatste geeft Colville- Andersen een aantal tips.  Ten eerste, efficiënte infrastructuur maakt financieel duurzaam. Bijvoorbeeld, de kosten van één kilometer fietspad wordt uitbetaald in vijf jaar. Doordat de fietsers gezonder leven door het krijgen van meer lichaamsbeweging, hoeven zij minder geld aan ziektekosten uit te geven. Daarnaast daalt het autoverkeer met 10% en stijgt het fietsverkeer met 20%, “de 41% van de bevolking die per fiets naar werk of school komen, dragen maar liefst 235 miljoen euro bij aan de schatkist”, adus Colville- Andersen. Ten tweede, wees niet bang om te experimenteren. En als laatste, gebruik de feedback van de inwoners en blijf innoveren. Volgens Colville- Andersen is een moderne metropool “een die kijkt en iets opnieuw ontwerpt naar wat  hij ziet.”

 

De burgertop volgende week is de plek om de stem van de inwoners van Leiden te horen en daarmee vervolgens aan de slag te gaan. Misschien is de cykelslangen wel een idee om de infrastructuur te verbeteren of misschien moet de sleutelstad een voorbeeld nemen aan de groene golf. Een ding is zeker, de innovatie moet financieel duurzaam zijn en met de veiligheid van de fietser op één. Wie weet zien we dan Leiden terug in 2018 als leider van het peloton, als fietshoofdstad van Nederland.

De groene golf is maar een van de vele innovaties in het Kopenhagens fietsverkeer. Naast de groene golf zijn er onder andere:

  • Cykelslangen oftewel ‘fietsslang’: een verhoogd fietspad (of brug) dat een directe verbinding vormt tussen de snelweg en de havenbrug.

  •  Blauwe fietspaden: de hele stad ligt vol met blauwe paden die apart zijn gelegd van autowegen, alleen bestemd voor fietsers. Ze zijn zo breed dat er twee bakfietsen naast elkaar kunnen fietsen.
  • Relingen en ‘voetsteunen’: fietsers hoeven niet meer af te stappen bij een verkeerslicht, ze kunnen gewoon blijven zitten terwijl ze zich vasthouden aan de reling en hun voet op de verhoging zetten.

 



Navraag op Facebook

Je bent Leienaar als

Door Nicky Terink

Op de Facebookpagina 'Je bent Leienaar als' stelden we de volgende vragen: Hoe vinden jullie de fietsveiligheid in Leiden? Wat kan er beter of wat is er al heel goed? Waar zijn de gevaarlijke punten? De antwoorden zijn in de onderstaande infografiek uitgewerkt.